Passend slotakkoord van Commissie Streppel

13-12-2012

Eumedion is positief over het afgewogen laatste rapport van de Commissie Streppel over de naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code, maar plaatst ook enkele kanttekeningen.
• De Commissie Streppel constateert terecht dat de dialoog tussen beursvennootschappen en aandeelhouders zich steeds beter lijkt te ontwikkelen;
• Eumedion herkent de vaststelling dat adviezen van stemadviesbureaus geen doorslaggevende invloed lijken te hebben op stemgedrag van institutionele beleggers;
• Eumedion is minder enthousiast dan de Commissie over de prestaties van raden van commissarissen, met name de verantwoording over hun werk;
• De inzet van de Commissie om niet-nalevers van de Code individueel aan te spreken op hun gedrag is goed, maar de monitoring kan nog effectiever worden wanneer de Commissie een volgende stap zou nemen en de nalevingsresultaten per individuele onderneming ook transparant zou maken.

Eumedion onderschrijft de constatering van de Commissie dat de dialoog tussen beursvennootschappen en aandeelhouders zich steeds beter lijkt te ontwikkelen. Een waardevolle dialoog draagt bij aan het wederzijdse begrip tussen aandeelhouders en beursvennootschappen. De praktijk van de dialoog sluit aan bij het streven van de Europese Commissie om ‘shareholder engagement’ te bevorderen, zoals aangekondigd in haar op 12 december gepubliceerde actieplan.

De vaststelling dat adviezen van stemadviesbureaus geen doorslaggevende invloed lijken te hebben op stemuitslagen bevestigt de praktijkervaringen van Eumedion. De adviezen worden door institutionele beleggers gebruikt als extra informatiebron, naast hun eigen inzichten en andere externe bronnen, om hun stemgedrag te bepalen.

Eumedion is minder enthousiast dan de Commissie over de prestaties van raden van commissarissen. Met name de verantwoording door raden van commissarissen over hun werk (verslag van de raad van commissarissen) laat nog steeds sterk te wensen over. De verantwoording door raden van commissarissen is voor Eumedion een speerpunt in het komende AvA-seizoen.

Eumedion waardeert de inzet van de Commissie om niet-nalevers van de Code individueel aan te spreken op hun gedrag en verantwoordelijkheid voor de Code. Het effect ervan moeten worden afgewacht. Een volgende stap om de monitoring effectiever te maken kan zijn het transparant maken van de nalevingsresultaten per individuele onderneming. Door niet alleen de zwakke broeders te noemen (‘shaming’) maar ook de best practices, hoeft een dergelijke aanpak niet ‘sanctionerend’ te werken, maar wordt wel een gevarieerder instrumentarium voor de Commissie gecreëerd.

De rol van het bestuur
Eumedion vindt het opvallend dat de Commissie ook in haar laatste nalevingsrapport zich nauwelijks uitlaat over de rol van het bestuur in de governance van Nederlandse beursvennootschappen. Het is immers het bestuur dat in de verhoudingen het primaat heeft bij ‘de governance’ van beursvennootschappen. Behalve enkele passages over de bezoldiging van bestuurders, concentreert het rapport zich ook dit jaar op raden van commissarissen en de aandeelhouders.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
Ook Eumedion vindt een aparte MVO-subcommissie binnen de raad van commissarissen overbodig. MVO dient integraal deel uit te maken van de strategie van de onderneming. Behandeling in een aparte sub-commissie kan tot geïsoleerde aanpak van het onderwerp leiden. Dit laat onverlet dat sommige beursvennootschappen nadrukkelijker aandacht kunnen besteden aan de integratie van MVO in de strategie van de onderneming en de verslaggeving daarover in het bestuursverslag en in het verslag van de raad van commissarissen.

Vermogensbeheermandaten
De Commissie constateert dat in de 31 onderzochte vermogensbeheermandaten maar weinig is opgenomen over wie de verantwoordelijkheid neemt (de ‘asset owner’ of de ‘asset manager’) voor de naleving van de Code. Dit is ook niet vreemd. De aandacht voor het onderwerp is relatief nieuw. Eumedion deelt de mening dat bij vermogensbeheerrelaties bij voorkeur duidelijk moet blijken wie verantwoordelijk is voor de naleving van corporate governance principes, zoals onder meer neergelegd in de Code. Met de best practices voor betrokken aandeelhouderschap probeert Eumedion deze duidelijkheid ook zelf te bevorderen.

Hoe verder?
Het werk van de Commissie zit er bijna op. Eumedion meent dat ook na het afzwaaien door de huidige Commissie een goede werking van de Nederlandse corporate governance code én het in Europa uitdragen van het Nederlandse governance model, gewaarborgd moet blijven. Dit kan op verschillende manieren. Vaststaat dat het waarborgen niet alleen monitoring van de Code omvat, zoals de Commissie de afgelopen jaren adequaat heeft gedaan, maar zeker ook het levendig en effectief houden van de Code zelf. De laatste herziening dateert van vier jaar geleden. Het wordt tijd voor een ‘Code 3.0’.
 

Terug naar pers