Gemiste kans Commissie Streppel

01-10-2013

Eumedion is teleurgesteld dat de Commissie Streppel geen concrete voorstellen heeft gedaan tot aanpassing van de Code Tabaksblat. Beursondernemingen en aandeelhouders werken nog steeds met een code die is opgesteld vóór de financiële crisis. Het wordt daarom de hoogste tijd dat de Code Tabaksblat versie 3.0 wordt opgesteld. 

• De opvolger van de Commissie Streppel moet als eerste aan de slag gaan met het updaten van de Code Tabaksblat.
• Het zou sowieso goed zijn als de Code Tabaksblat elke twee jaar wordt geëvalueerd en zonodig wordt aangepast.
• De nieuwe Monitoring Commissie zou de expliciete bevoegdheid moeten krijgen om de namen van ondernemingen te noemen die goede uitleg van afwijkingen verschaffen en die dat niet doen.
• Opgepast moet worden dat de Code zijn flexibiliteit behoudt en de rechters de codebepalingen niet dezelfde status gaan toedichten als wetgeving.

Eumedion onderschrijft de constatering van de Commissie Streppel dat tien jaar na inwerkingtreding van de Code Tabaksblat de governance van de gemiddelde Nederlandse beursonderneming onmiskenbaar is verbeterd. De raad van commissarissen zit vaak dichter op de huid van het bestuur en ook aandeelhouders zijn in de afgelopen tien jaar actiever geworden. Het voldoen aan de codebepalingen door beursondernemingen is gemeengoed geworden. De code heeft snel het gezag verkregen als dé set van maatschappelijk afgedwongen gedragsnormen voor het beursgenoteerde bedrijfsleven.

Toch is er volstrekt geen reden voor zelfgenoegzaamheid. De schandalen rondom Van der Moolen, Fortis, Imtech en SNS REAAL tonen aan dat slecht ondernemingsbestuur en inadequaat toezicht door raden van commissarissen bij Nederlandse beursvennootschappen nog steeds voorkomen. Dit is voldoende reden de code weer state of the art te maken. Beursondernemingen en aandeelhouders werken nu met een verouderde code; sommige best practice bepalingen zijn de benaming best practice niet langer waard. De volgende Monitoring Commissie zou als eerste tot taak moeten hebben om de Code Tabaksblat te actualiseren. Een aantal bepalingen is inmiddels overgeheveld naar de wet (bijvoorbeeld het maximumaantal commissariaten dat een persoon mag bekleden), terwijl nieuwe ontwikkelingen (nog) geen plek in de code hebben gevonden. Te noemen zijn de opkomst van executive committees (en de relatie met de raad van commissarissen), de vormgeving van one-tier bestuursstructuren en de aanwezigheid en positie van internal auditors bij grote beursondernemingen. Wat Eumedion betreft zou Nederland daarnaast dezelfde systematiek als die in het Verenigd Koninkrijk moeten introduceren waarbij de code elke twee jaar op werking en effectiviteit wordt geëvalueerd en zonodig aangepast. Op die manier wordt de code echt een levend document zoals ook de Commissie Streppel voor ogen staat.

Eumedion onderschrijft het beeld dat de meeste bepalingen uit de Code Tabaksblat goed worden toegepast, maar dat als er wordt afgeweken de motivering vaak obligaat is en niet toegespitst op de specifieke situatie van de onderneming. Eumedion steunt het voorstel van de Commissie Streppel om meer guidance te geven en om voorbeelden te geven van kwalitatief goede uitleg. Eumedion zou ook graag een volgende stap willen nemen: het door de Monitoring Commissie noemen van zowel ondernemingen die goede uitleg verschaffen als de ondernemingen die ondermaatse uitleg geven. Enkele jaren geleden deed Eumedion deze oproep ook al. Nu is het zaak om door te pakken.

Tot slot heeft Eumedion een specifieke zorg over de ‘juridisering’ van de code. De Hoge Raad en de Ondernemingskamer hebben in de zaken ABN AMRO, Versatel en recent nog Cryo-Save Group geoordeeld dat de Code Tabaksblat kan worden gezien als een onderdeel van de in Nederland heersende rechtsovertuiging. Volgens de rechters kleurt de code de rechtsnorm van de redelijkheid en billijkheid in. Dat heeft het voordeel van een goede verankering in ons rechtssysteem, maar heeft ook wel nadelen. Het centrale principe van de code – het ‘pas toe of leg uit’-beginsel – lijkt naar de achtergrond te worden verdrongen. Hierdoor dreigt de code aan flexibiliteit te verliezen en te verworden tot een compliancedocument.