Belangenorganisaties achten wijzigingen in voorgestelde Interventiewet wenselijk

01-12-2011

Het is goed dat De Nederlandsche Bank (DNB) een grotere bevoegdheid krijgt om adequaat, snel en effectief te kunnen ingrijpen als een bank of verzekeraar in grote financiële problemen komt. De belastingbetaler en de klant mogen hierdoor zo min mogelijk worden geraakt. Wel moet de rechtszekerheid en de bescherming van banken, verzekeraars en aandeelhouders goed zijn geregeld. Het recentelijk bij de Tweede Kamer ingediende voorstel voor een Interventiewet kan op deze punten nog worden verbeterd. Dat stellen Eumedion, de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbod van Verzekeraars, de VEB en de Dutch Fund and Asset Management Association (DUFAS) in een vandaag verzonden gezamenlijke brief  aan de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel is volgens hen al duidelijk verbeterd in vergelijking met het voorontwerp waarover het ministerie van Financiën een consultatie heeft gehouden, maar er blijven enkele belangrijke wijzigingen nodig. De betrokken organisaties hebben hierover ‘grote zorgen’, zo schrijven zij de Tweede Kamer.

DNB kan verschillende instrumenten inzetten, variërend van een handhavinginstrument, zoals een aanwijzing of het aanstellen van een stille curator, tot een interventie-instrument, zoals een overdrachtplan, een noodregeling of faillissement. In het wetsvoorstel blijft onduidelijk wanneer De Nederlandsche Bank welk instrument kan inzetten.  Dit tast de rechtszekerheid van de betrokken instelling, haar crediteuren en aandeelhouders aan. Omdat DNB vergaand kan ingrijpen in de (eigendom)rechten en het ene instrument ingrijpender is dan het andere,is het voor de betrokken partijen van groot belang te kunnen inschatten wanneer welk instrument aan de orde kan zijn. De inzet van vergaande interventie-instrumenten zou pas moeten volgen nadat alle private mogelijkheden zijn getest. De brancheorganisaties zijn van mening dat DNB ingrijpende maatregelen beter zou moeten motiveren en de rechter deze motivering zou moeten kunnen toetsen.

Aandeelhouders worden pas vanaf een 5% belang gehoord door de rechtbank die het door DNB opgestelde overdrachtsplan goedkeurt. Voor aandeelhouders van beursgenoteerde banken of verzekeraars wordt het hoorrecht hiermee praktisch een dode letter. De organisaties pleiten dan ook voor het verlagen van deze drempel naar 1%.

Verder hebben de betrokken partijen slechts beperkte en per interventie-instrument wisselende mogelijkheden om in beroep te gaan. Om hen gelijkwaardige rechtsbescherming te bieden, stellen de organisaties voor aan te sluiten bij het beroepsrecht dat geldt bij faillissementen.

Verbetering van het wetsvoorstel op de genoemde punten levert een positieve bijdrage aan het Nederlandse investeringsklimaat. Beleggers in banken en verzekeraars zijn gebaat bij duidelijkheid over de interventiemogelijkheden van de toezichthouder en over private oplossingen waarmee zij hun investering kunnen beschermen.