Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Juridisch walhalla pakt slecht uit voor beleggingsklimaat in Nederland

25-10-2016

De rechten van aandeelhouders van Nederlandse beursondernemingen staan onder druk. Binnenlandse én buitenlandse beleggers maken zich steeds meer zorgen over de mogelijkheden die het Nederlandse vennootschapsrecht aan oprichters en controlerend aandeelhouders van beursondernemingen biedt om zich te verschansen tegen de invloed van minderheidsaandeelhouders. Dit beïnvloedt het Nederlandse beleggingsklimaat negatief.

Beleggers zien een aantal trends. Ten eerste versterken Nederlandse beursondernemingen de macht van de controlerend aandeelhouder (vaak de oprichter) via de uitgifte van zogenoemde loyaliteitsaandelen en aandelen met verschillend stemrecht. Voornoemde juridische kunstgrepen zijn nodig om te verzekeren dat de oprichter tot ver in de toekomst zijn macht behoudt, ook als deze een deel van zijn aandelenpakket verkoopt of wordt verwaterd door overnames.

Minderheidsaandeelhouders zijn hiervan de dupe: hun zeggenschapspositie loopt achter bij hun kapitaalinbreng. Ondernemingen als Altice, Fiat, Ferrari en Exor hebben het Nederlandse juridische walhalla voor controlerend aandeelhouders ontdekt; zij zijn vooral om deze reden naar Nederland gekomen.

Een tweede trend is de opname van een zogenoemde ‘repeterende bindende voordracht’ in de statuten van de onderneming. Hiermee kan de zittende ondernemingsleiding (waarin veelal de controlerend aandeelhouder is vertegenwoordigd) tot in het oneindige zelf een nieuwe bindende voordracht doen. ‘Externe’ aandeelhouders krijgen zo geen grip op de samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen. Hun instrument om via het wettelijke agenderingsrecht zelf een benoemingsvoordracht te doen, is daarmee een dode letter geworden. Dit is onder meer het geval bij Mylan, Altice, Exor en Takeaway.com.

Waarom stappen die beleggers niet naar de Ondernemingskamer (OK) om dergelijke praktijken aan de kaak te stellen? Dat komt door een derde trend: de verlaging van de nominale waarde van het aandeel. Toegang tot de OK is in Nederland afhankelijk gesteld van de hoogte van het geplaatste aandelenkapitaal van de onderneming. De wetgever gaat hierbij uit van de gedachte dat hoe hoger het geplaatste kapitaal is, hoe groter de onderneming is en hoe lager de toegangsdrempels tot de OK voor aandeelhouders moeten zijn.

Slimme juristen van ondernemingen zien dat een grote onderneming toch een laag geplaatst kapitaal kan hebben als de nominale waarde van het aandeel wordt verlaagd naar één eurocent. Ondernemingen die in de economische werkelijkheid groot zijn, zoals Ahold Delhaize, Boskalis, Fiat, Ferrari, Mylan en Philips Lighting, zijn hierdoor in de juridische werkelijkheid klein. Aandeelhouders van deze ondernemingen moeten maar liefst 10% van het geplaatste kapitaal of 22,5 miljoen aandelen houden om bij de OK een enquêteprocedure te kunnen starten. Dat betekent in de praktijk dat zij soms ruim een miljard euro in deze ondernemingen moeten hebben geïnvesteerd voordat zij in rechte voor hun belangen kunnen opkomen. Zelfs voor grote institutionele beleggers zijn dergelijke drempels in de praktijk onhaalbaar en maakt het enquêterecht illusoir. Dit kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest.

De Nederlandse publieke kapitaalmarkt is gebaat bij simpele, heldere en eenduidige governancestructuren. Proportionaliteit van kapitaalinbreng en stemrecht, reële invloed van aandeelhouders op de benoeming van bestuurders en commissarissen en een gemakkelijke toegang tot de rechter zijn hiervoor de hoekstenen.

Als de huidige trends doorzetten, brokkelen deze hoekstenen af. Dan bestaat serieus het gevaar dat beleggers Nederlandse beursondernemingen links laten liggen. Die zorg lijkt ook bij de Minister van Veiligheid en Justitie te leven. Hij heeft aangekondigd nog dit najaar met een nota over de vernieuwing van het ondernemingsrecht te komen. Deze nota komt niets te vroeg. Hopelijk neemt de minister de bovenstaande punten ter harte en gaat hij deze – in het belang van een goed Nederlands beleggingsklimaat – aanpakken.

Rients Abma is directeur van Eumedion

Paul Koster is directeur van de Vereniging van Effectenbezitters VEB