Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Institutionele belegger is kritische bijrijder geworden

04-01-2016

De participatie van aandeelhouders in de besluitvorming op de aandeelhoudersvergaderingen van Nederlandse beursondernemingen is nog nooit zo hoog geweest als in 2015. Bij de AEX-ondernemingen stemde gemiddeld 70% van het aandelenkapitaal over de besluiten die voorlagen. Dit is meer dan een verdubbeling in vergelijking met de situatie tien jaar geleden. De stijging wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de grotere betrokkenheid van pensioenfondsen, vermogensbeheerders en verzekeraars bij de gang van zaken binnen de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Deze groepen van institutionele beleggers houden gezamenlijk ongeveer 80% van de aandelen van de AEX-ondernemingen.

Steeds meer institutionele beleggers laten het niet bij het stemmen op de aandeelhoudersvergaderingen. Het voeren van dialogen — individueel dan wel in collectief verband onder de vlag van Eumedion — met bestuurders, commissarissen en lijnmanagers van ondernemingen is de laatste jaren gemeengoed geworden. Institutionele beleggers willen continu weten hoe ondernemingen omgaan met het risicodragend kapitaal dat zij hebben ingebracht.

In deze dialogen worden niet alleen de financiële resultaten van de ondernemingen aan de orde gesteld, maar uitdrukkelijk ook niet-financiële zaken, zoals het sociaal, mensenrechten-, anticorruptie-, milieu- en diversiteitsbeleid en de samenstelling en het functioneren van het bestuur en de raad van commissarissen. Deze onderwerpen worden ook wel ESG-zaken genoemd, naar de Engelstalige afkorting voor milieu-, sociale en bestuurlijke kwesties. Door schade en schande wijs geworden zijn institutionele beleggers ervan doordrongen dat deze zaken in samenhang moeten worden bekeken. Institutionele beleggers hebben een langetermijnhorizon. De hiervoor genoemde factoren bepalen gezamenlijk de houdbaarheid op lange termijn van de strategie en het verdienmodel van de onderneming en dus de mogelijkheden om op lange termijn rendement te maken op door beleggers ingebrachte risicodragend kapitaal. Een geïntegreerde ‘ESG’-benadering is derhalve essentieel. Het door Paul Frentrop aangebrachte onderscheid tussen governance- en duurzaamheidszaken in zijn essay over het einde van corporate governance (FD 24 december 2015) is een schijntegenstelling.

Klimaatverandering, grondstoffenschaarste, krapte op de arbeidsmarkt, veranderende consumentenvoorkeuren en –gedrag en de maatschappelijke acceptatie van de activiteiten van een onderneming zijn allemaal zaken waar een onderneming rekening mee moet houden om op lange termijn de continuïteit en de winstgevendheid te kunnen waarborgen. Dat geldt ook voor aspecten als gedrag en cultuur, de robuustheid van de interne systemen en regelingen om fraude en corruptie te voorkomen en de houdbaarheid van het gevoerde belastingbeleid. Het gaat er institutionele beleggers niet primair om de maatschappij te verbeteren, zoals Frentrop lijkt te betogen, maar om die zaken kritisch te volgen die van invloed zijn op het langetermijnrendement van hun beleggingen.

Bij ondernemingen als Shell, Unilever, DSM en Arcadis zal in de dialogen de nadruk eerder op de ‘E’ en de ‘S’ liggen dan op de ‘G’. Bij een onderneming als TenCate ligt de nadruk veel meer op governancezaken, zoals de onafhankelijkheid van commissarissen en potentiële belangenverstrengeling bij bestuurders en een commissaris. En, zoals ook Het Financieele Dagblad regelmatig bericht, deinzen diverse institutionele beleggers er  helemaal niet voor terug om die zaken binnen en buiten het verband van de aandeelhoudersvergadering aan de orde te stellen. Door de gang van zaken bij overnames van Nutreco en TenCate — en eerder ook bij Océ en Mediq — zien institutionele beleggers een structureel probleem in de positie van minderheidsaandeelhouders in overnamesituaties en hebben zij ‘hun’ belangenbehartiger Eumedion uitgenodigd om met voorstellen voor betere regelgeving te komen en deze ook uit te dragen naar de politiek.

Op 1 januari 2016 bestond Eumedion tien jaar. In die tien jaar zijn institutionele beleggers verschoven van passieve instituten op de achterbank naar kritische bijrijders die, als daar noodzaak toe is, erin slagen de bestuurders te overtuigen hun koers aan te passen.

Rients Abma is directeur van Eumedion.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 4 januari 2016.