Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Heldere rapportage over duurzaamheid is goed, hogere prestaties zijn beter

16-05-2012

Marleen
Janssen Groesbeek

Eumedion houdt zich van origine bezig met corporate governance. Sinds tweeënhalfjaar kijken wij ook naar de duurzaamheidstrategie en –prestaties van beursvennootschappen. Om dit enorme aandachtsterrein een beetje binnen de perken te houden, hebben we onze aandacht vooral gericht op de governance-aspecten van duurzaamheid: risicomanagement, bezoldigingsbeleid en verslaggeving. Met de ontwikkeling van de duurzame ofwel niet-financiële verslaggeving gaat het hard. Een aantal ondernemingen maakt al heel mooie geïntegreerde verslagen, waarbij soms ook al het verband duidelijk wordt tussen de financiële prestaties en de prestaties op het gebied van goed bestuur, milieu- en sociaal gebied.

Het gros van de beursvennootschappen maakt verdienstelijke duurzaamheidverslagen en er is een klein clubje voornamelijk in de index van de kleine fondsen, Amsterdam Small Cap Index (Ascx), dat achterloopt, met verslaglegging en waarschijnlijk ook met beleid. Die twee hangen met elkaar samen, want slecht duurzaamheidbeleid leidt tot slechte verslaggeving. Dat was ook de gedachte van de toenmalige staatssecretaris Karien van Gennip, die via een naming en shaming over duurzaamheidverslaglegging – de Transparantiebenchmark - bedrijven tot betere duurzame prestaties wilde leiden. Toch is het omgekeerde niet altijd waar: een bedrijf dat weinig over zijn duurzaamheidprestaties en -strategie publiceert, ook weinig aan duurzaamheid zal doen. Veel middelgrote en kleine ondernemingen vinden de inspanning te groot en de kosten te hoog. Helaas doen ze zichzelf daarmee tekort.

Het meest gehoorde commentaar op de Transparantiebenchmark van het ministerie van Economische Zaken, Innovatie en Landbouw (EL&I) is dat ondernemingen die heel slecht presteren op het gebied van mensen, milieu en economische meerwaarde hoog zouden kunnen scoren mits ze maar heel open zijn over hun abominabele prestaties. Theoretisch zou dat kunnen, maar in de dagelijkse praktijk pakt dat anders uit omdat via de criteria van de Transparantiebenchmark (TB) ook naar verantwoording over  directe prestaties gevraagd wordt.

Ik ben nog geen onderneming tegen gekomen die nauwelijks iets doet aan duurzaamheid, maar tegelijkertijd wel de kerncijfers voor energiegebruik, CO2, diversiteit, klanttevredenheid, medewerkersbetrokkenheid en andere sociale en ecologische aspecten van de bedrijfsvoering - hoe slecht die ook zijn - rapporteert. Elk jaar meer energie gebruiken met de huidige energieprijzen en daar trots op zijn, is niet iets wat zelfs de meest kortetermijngerichte aandeelhouder als goed management zal zien. Integendeel, en dat is maar een van de vele voorbeelden waarom gebrek aan aandacht voor duurzaamheid een risico is voor alle belanghebbenden van een beursvennootschap.

In principe moeten de Nederlandse bedrijven zich houden aan Richtlijn 400 van de Raad van de Jaarverslaggeving mee doen aan de TB, maar het ministerie heeft nog drie aanvullende criteria gemaakt waardoor het mogelijk is voor een aantal beursgenoteerde ondernemingen uit de Ascx niet mee te doen aan de beoordeling. Zo moet de onderneming voldoen aan twee van deze drie criteria: ten minste € 17,5 mln aan activa; een netto omzet groter dan € 35 mln; en meer dan 250 medewerkers .

Het betekent dat van de 25 Ascx-bedrijven er maar 13 in de TB voorkomen. En die scoren – op Ordina na – erg laag. Overigens betekent dat niet dat de duurzaamheidsprestaties ook erg laag zijn. Beter Bed Holding is een voorbeeld van een bedrijf dat zichzelf tekort deed. Inmiddels is het bedrijf wel zo ver om zijn missie - ‘Wij willen in elk land waar we actief zijn op een maatschappelijk verantwoorde wijze marktleider worden in het “value for money”-segment in de bedden- en matrassenmarkt’ – om te zetten in betere verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen.  Beter Bed noemt zijn jaarverslag over 2011 een geïntegreerd verslag, wij zouden het eerder een gecombineerd verslag noemen omdat de financiële prestaties nog steeds wel ver weg staan van de kerncijfers over duurzaamheid. Dat neemt niet weg dat Beter Bed complimenten verdient voor het steeds beter presteren en rapporteren op het gebied van mensen, milieu en governance.
 

Dat de andere 12 niet voorkomen in de Transparantiebenchmark, wil niet zeggen dat ze niets doen aan duurzaamheid. Zo timmert het IT-bedrijf Qurius aan de duurzame weg.  De beursvennootschap heeft een gecombineerd financieel en duurzaamheidsjaarverslag en heeft de beloning van de raad van bestuur voor een deel gebaseerd op duurzame prestaties en klanttevredenheid.
 

En daar zit ook de achilleshiel van de Transparantiebenchmark. Het blijft een meetinstrument dat de kwaliteit van de rapportage meet en niet de prestaties. Dat bedrijven hoog willen scoren op de TB is hun goed recht, en is een compliment voor het aanzien van de benchmark. Toch is transparantie slechts een middel tot een beter beleid, betere strategie en betere prestaties en mag niet een doel op zich worden.
 

Het is niet voor niets dat wij bij Eumedion naar risicomanagement én rapportage kijken. Door via een degelijke interne en externe rapportage in kaart te brengen wat een beursvennootschap doet op het gebied van mensen, milieu en governance, zien de beleggers en de onderneming waar de kansen en bedreigingen liggen. Door daar het beleid en de strategie op af te stemmen, is voor een bedrijf een uitgelezen kans om een (nog) beter bedrijf te worden.

Marleen Janssen Groesbeek
Marleen.janssengroesbeek@eumedion.nl