Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

15-12-2014

Hebben pensioenfondsen en vermogensbeheerders een verantwoordelijkheid die strekt tot buiten de kring van de achterliggende begunstigden en cliënten? Hebben deze institutionele beleggers met andere woorden een maatschappelijke verantwoordelijkheid? Deze vraag staat centraal in het dit voorjaar door de Europese Commissie gepubliceerde richtlijnvoorstel ‘aandeelhoudersbetrokkenheid’, waarover momenteel in Brussel druk wordt onderhandeld.

De Europese Commissie vindt dat institutionele beleggers ook een verantwoordelijkheid hebben jegens de beursgenoteerde ondernemingen waarin wordt belegd. De Europese Commissie vindt tevens dat institutionele beleggers een taak hebben om de kortetermijngeneigdheid van de financiële markten te beteugelen. De Europese Commissie wil de institutionele beleggers daarom verplichten openheid te verschaffen over het stem- en engagementbeleid en over bepaalde zaken die in de vermogensbeheermandaten staan. Zij verwacht dat deze transparantieverplichtingen de corporate governance structuur van de beursgenoteerde ondernemingen verbeteren en dat zij bijdragen aan de lange termijn waardecreatie van die ondernemingen. Criticasters wijzen publieke verantwoording over deze zaken af; eventuele transparantie zou zich volgens hen moeten beperken tot de achterliggende begunstigden en de cliënten. Deze criticasters voeren een achterhoedegevecht en zitten bovendien principieel fout. De bredere, maatschappelijke verantwoordelijkheid van een pensioenfonds vloeit namelijk rechtstreeks voort uit de belangrijkste karakteristieken van een pensioenfonds. Een pensioenfonds kent een statutaire doelstelling die als sociaal of maatschappelijk kan worden gekenschetst, namelijk het zorgen van een goed en veilig pensioen, zodat “ouderen en gehandicapten niet het gevaar lopen in armoede te geraken en dat zij van een behoorlijke levensstandaard kunnen genieten” (overweging 14 van de Pensioenrichtlijn). Daarbij komt dat zij gezamenlijk honderden miljarden aan belegd vermogen hebben, waardoor zij als belangrijke spelers op de kapitaalmarkt kunnen worden gezien en zij ook grote invloed kunnen uitoefenen op de ‘bewegingen’ van de kapitaalmarkt. Ook kunnen zij – door het aanwenden van hun stemrecht – de strategie en de bestuurssamenstelling van ondernemingen beïnvloeden. Met zoveel geld en invloed reiken de verantwoordelijkheden verder dan alleen de verantwoordelijkheden voor de achterliggende begunstigden. Het gedrag van pensioenfondsen (en daarmee indirect ook van vermogensbeheerders) kan gevolgen hebben voor de gehele maatschappij. In die zin is het goed te begrijpen dat de wetgever enige publieke verantwoording vraagt over het handelen van pensioenfondsen en hun vermogensbeheerders.

Rients Abma is directeur van Eumedion

Deze column is ook gepubliceerd in Pensioen Bestuur & Management