Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Bij het overlijden van Morris Tabaksblat (1937-2011)

23-10-2011

“Aardverschuiving in bedrijfsbestuur”, dat was de opening van het Financieele Dagblad op 2 juli 2003, een dag na de presentatie van het concept van de Nederlandse corporate governance code. De code heeft daarna nog heel wat pennen en tongen in beroering gebracht en – veel belangrijker – ook tot daadwerkelijke veranderingen in de bestuurskamers geleid. Het beloningsbeleid ging op de schop, afvloeiingsregelingen werden versoberd, hoge beschermingsmuren werden neergehaald, het aantal commissariaten van oud-bestuurders werd sterk teruggeschroefd en bestuurders moesten periodiek worden herkozen. Grote katalysator van al deze veranderingen was de afgelopen donderdag overleden Morris Tabaksblat. Onder het credo “fatsoen heeft hulp nodig” werd onder zijn bezielende – en efficiënte – leiding in 2003 in negen maanden tijd een baanbrekende gedragscode ‘met tanden’ voor het bedrijfsleven tot stand gebracht. Een code die erin heeft geresulteerd dat ‘Tabaksblat’ een zelfstandig naamwoord is geworden.  

Maar Morris Tabaksblat is niet alleen van betekenis geweest voor het bedrijfsleven, hij heeft de aandeelhouders van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen weer een stem gegeven; hun positie wordt sinds het verschijnen van de code weer serieus genomen. Hij had echter niet alleen oog voor de rechten van aandeelhouders, maar ook voor hun verantwoordelijkheden. Als één van de eerste codes ter wereld waren er naast verplichtingen voor ondernemingen ook verplichtingen voor aandeelhouders, en dan met name voor institutionele beleggers, opgenomen; hij was daarmee zijn tijd ver vooruit. Met die paragraaf heeft hij indirect ook aan de wieg van Eumedion gestaan. Een organisatie die hij altijd ten volle heeft gesteund; twee maal heeft hij tijdens een Eumedion-symposium een speech afgestoken.

Morris Tabaksblat was de aangewezen persoon om de commissie te leiden die de code heeft opgesteld. Door zijn arbeidsverleden bij Unilever had hij grote kennis van de internationale praktijken op het gebied van ondernemingsbestuur. Als president-commissaris van drie grote AEX-ondernemingen (Aegon, Reed Elsevier en TNT) genoot hij respect en aanzien binnen commissarissenland en kon hij vooruitstrevende bepalingen uit de code van draagvlak onder de Nederlandse commissarissen en bestuurders voorzien. Maar belangrijker nog was dat hij wijsheid, natuurlijk gezag en onafhankelijk en pragmatisch denken als eigenschappen bezat, welke van groot belang bleken om de soms tegengestelde belangen binnen de commissie (bijvoorbeeld die van bestuurders en van aandeelhouders) te overbruggen. Zijn manier van voorzitten, zijn innemende houding en zijn intelligentie zullen voor mij, maar ik denk ook voor andere commissieleden, voor altijd een inspiratiebron zijn.

 

Rients Abma

Directeur Eumedion en in 2003 secretaris van de Commissie Tabaksblat