Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

16-09-2011

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders. In de jaren tachtig zochten Carl Icahn, Kirk Krekorian en T. Boon Pickens de publiciteit van de aandeelhoudersvergaderingen om het management tot betere financiële prestaties te dwingen. Zij werden toen corporate raiders genoemd. Nu zouden we spreken van activistische aandeelhouders. Tegenwoordig laten ook andere belanghebbenden van de beursvennootschap van zich horen, waarbij zij de aandeelhoudersverwijten dat ze niet goed gelet hebben op het risicovolle gedrag van het management waardoor niet alleen het rendement in gevaar kwam, maar ook de continuïteit van de onderneming. Een verwijt dat zeker ook gericht was aan banken, verzekeringsmaatschappijen en andere financiële instellingen en hun aandeelhouders.

Meer aandacht voor ESG

Voor Eumedion, de belangenbehartiger van institutionele beleggers op het gebied van corporate governance en duurzaamheid, was de kritiek aanleiding eens kritisch naar het contact tussen aandeelhouder en onderneming te kijken. In oktober 2009 publiceerden de hoogleraren Angelien Kemna en Erik van de Loo hun onderzoek over de relatie tussen de institutionele beleggers, de raad van bestuur en de raad van commissarissen. De conclusie was dat er veel moest verbeteren in de communicatie binnen die driehoek. En de institutionele beleggers van Eumedion legden hun verbeterpunten neer in een position paper ‘betrokken aandeelhouderschap’. Daarin staat dat de institutionele beleggers actief de dialoog aangaan met beursvennootschappen over de bedrijfsvoering in de breedste zin van het woord. Dus ook strategie, risk appetite, risicomanagement, operationele keuzes mogen besproken worden. Een logisch gevolg van die opstelling was dat de aandacht voor governance werd uitgebreid met aandacht voor sociale en milieuprestaties van de beursvennootschap, in het jargon afgekort tot ESG, environmental, social en governance. Dus ook de aandacht voor duurzaamheid kwam bij de institutionele beleggers hoger op de agenda vanuit drie perspectieven: risicomanagement, remuneratie en rapportage.

Rondetafelgesprek met bedrijven

Wat betekenen deze uitgangspunten voor beursvennootschappen? Hoe kunnen zij optimaal anticiperen op deze ambitie van institutionele beleggers? Wat zijn de verwachtingen over de dialoog over duurzaamheid en de bijdrage aan het lange termijn succes van de onderneming? Deze en andere vragen stonden centraal in een rondetafelgesprek dat Steward Redqueen en Eumedion deze zomer hebben georganiseerd. Vertegenwoordigers van de afdelingen investor relations, corporate communicatie of duurzaamheid van twaalf ondernemingen toonden zich openhartig over hoe zij in hun dagelijks werk aangesproken worden op meer dan alleen financieel rendement.

Duurzaamheid strategisch thema

Alle aanwezigen gaven aan dat duurzaamheid een steeds belangrijker thema is op hun strategische agenda. Vaak wordt dit gedreven door focus op efficiëntie, onder meer vanwege stijgende kosten van grondstoffen. In veel markten verschuift ook de klantvraag naar duurzame(re) producten. Tevens vragen medewerkers en de arbeidsmarkt om duurzaamheid:het is een voorwaarde voor het werven en behouden van talent. De verhouding met de maatschappij en de dialoog met niet-gouvernementele organisaties, waarbij ‘license to operate’ en reputatie centraal staan, vraagt om verduurzaming. Een aantal aanwezigen onderstreepte dat hoewel risicomanagement nog een relevante drijfveer is, veel bedrijven zich vooral op duurzaamheid richten om markten te bedienen en nieuwe mogelijkheden te benutten. Ofwel innovatie is voor hen een belangrijkere drijfveer dan het verkleinen van risico’s.

Aandeelhouders lopen niet voorop

Teleurstellend voor de inspanningen van de deelnemers van Eumedion was dat een meerderheid vrij negatief was over aandeelhouders in dit bredere perspectief. Over het algemeen tonen zowel institutionele als particuliere beleggers slechts incidenteel belangstelling voor de duurzaamheidagenda. Een enkeling verwoordde zijn frustratie als ‘trekken aan een dood paard’. Anderen wezen op positieve signalen zoals de rol van de VBDO en de VEB die ook oog lijkt te krijgen voor duurzaamheid. De conclusie van de rondetafel over betrokken aandeelhouderschap is: de aandeelhouder bestaat niet en de onderlinge verschillen zijn aanzienlijk. Maar de meeste aanwezigen konden wel leven met de verschillen en voelden het ook als een eigen verantwoordelijkheid om zelf aandeelhouders te betrekken bij de duurzaamheidagenda. ‘Aangezien onze Raad van Bestuur dit onderwerp heeft benoemd tot een strategisch kernthema, moeten wij er zelf ook voor zorgen dat aandeelhouders dat begrijpen en onderschrijven’. Het organiseren van specifieke road-shows over duurzaamheid is al praktijk bij ongeveer een derde van de aanwezige bedrijven.

Indexen en richtlijnen

Hoewel de institutionele beleggers vaak gemopper horen over de omvangrijkheid van de niet-financiële en duurzame verslaglegging vinden de mensen die deelnamen aan de rondetafel internationale richtlijnen en indices, zoals bijvoorbeeld het Global Reporting Initiative en de Dow Jones Sustainability Index, handig en nuttig. Deze dragen bij aan het creëren van een gelijk speelveld. Bovendien geven deze standaarden houvast in de dialoog met stakeholders: een positieve score voorkomt veel discussie over het commitment van een bedrijf. Daarmee is het een bruikbare hygiënefactor. Een enkeling plaatste wel een kanttekening. Soms lijken richtlijnen en standaarden doelen op zich te worden. De score reflecteert niet altijd de dilemma’s en uitdagingen waar een bedrijf zich voor gesteld ziet. Goede scores vormen dan ook niet per definitie een reflectie van de materiële aspecten van de strategische duurzaamheidagenda. Internationale verschillen Voor zowel institutionele aandeelhouders als beursvennootschappen geldt dat zij opereren in een wereldwijde context en dat is op zijn zachtst gezegd een uitdaging als het gaat om de duurzaamheidstrategie. De Nederlandse blik is geen reflectie van wat zij ervaren in andere landen. De deelnemers zijn van mening dat aandeelhouders in het Verenigd Koninkrijk voorop lopen met de aandacht voor ESG, maar dat veel Amerikaanse beleggers niet geïnteresseerd zijn. Ook binnen de EU zijn er verschillen: de Franse overheid zet in op verslaglegging, terwijl in Duitsland een duurzaamheidcode is ontwikkeld. Dat in Nederland een discussie wordt gevoerd over betrokken aandeelhouderschap is een goede zaak, maar zal dus niet noodzakelijkerwijs gelijk gewaardeerd worden in andere (Europese) landen. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen met de inspanningen van Eurocommissaris Michel Barnier, die hard werkt aan het institutionaliseren van meer niet-financiële ‘checks and balances’.

Maatschappelijke waarde en continuïteit

In de laatste versie van Nederlandse corporate governance code wordt al aangegeven dat raden van bestuur en raden van commissarissen van bedrijven een duurzame verantwoordelijkheid hebben. Intensivering van de dialoog met institutionele beleggers over milieu-, sociale en governanceprestaties zal deze verantwoordelijkheid meer profiel geven. Dat die discussie niet altijd soepel zal verlopen en niet altijd even relevant zal zijn, doet niets af aan de noodzaak van die dialoog. Tijdens de discussie werd geopperd dat de vraag ‘waar gaat het pijn doen?’ wel eens belangrijk zou kunnen worden. Echter, uiteindelijk zullen zowel beleggers als bedrijven zien dat winst alleen duurzaam is als maatschappelijke waarde wordt gecreëerd en zo de continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd.

 

Marleen Janssen Groesbeek is beleidsmedewerker duurzaamheid bij Eumedion marleen.janssengroesbeek@eumedion.nl Wouter Scheepens is directeur van Steward Redqueen wouter.scheepens@stewardredqueen.com