Uitgelicht

Beleggers en bedrijven naar dialoog duurzaamheid

De relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde ondernemingen is veelbesproken. Lang voor maatschappelijke kritiek die ontstond tijdens de financiële crisis, was er al veel ergernis hoe aandeelhouders probeerden hun vaak op de korte termijn gerichte belang te laten voorgaan boven andere stakeholders

Betrokkenheid is medicijn tegen activisme en slecht bestuur

De kwaliteit van de governance van financiële en beursondernemingen staat sinds de financiële crisis weer volop in de maatschappelijke discussie, en terecht. De commissie de Wit en de Europese Commissie hebben in hun rapporten geen enkel heilig huisje gespaard en hun twijfels geuit over de deskundigheid van bestuurders en commissarissen, de kritische blik van accountants, de effectiviteit van governancecodes en de rol stemadviesbureaus, Zij hebben alle mogelijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het ondernemingsbestuur kritisch bekeken. Ook de institutionele belegger werd aangesproken op zijn rol in de crisis. Zij hebben de handschoen opgepakt om hun eigen governance te verbeteren. Dat heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een stewardship code. In Nederland heeft Eumedion begin deze maand de zogenoemde Best Practices geïntroduceerd.

Aandeelhouderswaarde van de accountant

Op 8 september werd onder leiding van publicist en hoogleraar Journalistiek Jeroen Smit een seminar gehouden over de aandeelhouderswaarde van de accountant. De samenleving en andere stakeholders zoals de grote beleggers verwachten veel meer van de accountants, dan zij tot voor kort als hun taak zagen. Maar met het Plan van Aanpak heeft de accountant de rol van Poortwachter op zich genomen. Het debat bij NBA in Amsterdam ging in de op de vraag of die rol de aandeelhouderswaarde van de accountant en daarmee van de onderneming die hij controleert verhoogt.

Amsterdam kent al genoeg musea

10-07-2014

Met Euronext, NN en IMCD heeft Euronext Amsterdam recentelijk drie grote nieuwe beursintroducties mogen begroeten. Afgelopen jaar zagen we al nieuwe noteringen van Gemalto, OCI en Altice, weliswaar van origine geen Nederlandse ondernemingen, maar toch. En er zit nog meer in het vat, waaronder een rentree van ABN AMRO. Een dergelijke toeloop van ondernemingen hebben we lange tijd niet ervaren. De Nederlandse publieke aandelenmarkt gaat het dus voor de wind, zo lijkt het.

Maar gaat het werkelijk zo goed? Als we een wat langere periode bezien, dan lijkt de structurele trend dat  de Nederlandse publieke aandelenmarkt aan belang verliest. Het aantal Nederlandse listings is in de afgelopen 10 tot 20 jaar met bijna 40% gedaald, tot krap 100 ondernemingen nu. Voor de grootste ondernemingen lijkt de Nederlandse aandelenmarkt nog altijd aantrekkelijk: ruim voldoende liquiditeit en ook de vervolgemissies zijn succesvol. Maar voor kleinere Nederlandse ondernemingen, de potentiële small- en midcaps, is het veel lastiger geworden om via de publieke aandelenmarkt hun groeiambities te financieren. Niet voor niets is voor familiebedrijven en ondernemingen in handen van private capital investors, de fusie- en overnameroute een veel reëlere optie om naar een volgende fase te groeien dan een beursgang.

De teruggang van de publieke aandelenmarkt voor small- en midcaps kan niet alleen  uit marktontwikkelingen worden verklaard, maar kent structurele oorzaken. Nederlandse ondernemingen zijn traditioneel sterk gericht op bankfinanciering en de kosten van een beursgang zijn hoog (voor een smallcap zo’n 8,7% van het opgehaalde kapitaal). Pensioenfondsen en andere institutionele beleggers zijn voor hun aandelenbeleggingen vaker indices gaan volgen. Maakt een onderneming geen onderdeel uit van een gebruikte index, en dat is bij kleine of middelgrote beursondernemingen vaak het geval, dan wordt daarin niet belegd. Ook de particuliere beleggers zijn, na de dramatische beursgang van WorldOnline in 2000, veel terughoudender geworden om rechtstreeks aandelen te kopen in Nederlandse small- en midcaps. Zakenbanken lijken erg risicoavers en zien weinig business in het ondersteunen van een beursgang (IPO) van een kleine, weinig liquide onderneming, en geven de voorkeur aan grotere ondernemingen.

Wat moet er gebeuren? De OESO heeft afgelopen jaar geconcludeerd dat: Stock markets that provide significant economic incentives to support small companies and associated infrastructure in the aftermarket will create higher rates of capital formation that, in turn, will generate jobs, economic growth and tax receipts.

De vraag is of het door de Europese Unie gelanceerde concept van de ‘SME growth Market’ om de aantrekkelijkheid van small- en midcaps te vergroten hiervoor het juiste recept is. De SME Growth Market die we hadden – Alternext Amsterdam – is geen succes gebleken. Klaarblijkelijk hebben ondernemingen en investeerders een voorkeur voor de robuuste ‘good old’ gereglementeerde markt. Het goed gestarte NPEX vormt hierop wellicht een uitzondering. Ook de suggestie van Steven Maijoor (ESMA-voorzitter) tijdens het Eumedion-congres van november 2013, hoe sympathiek ook, om een beperktere versie van IFRS toe te staan voor kleinere beursgenoteerde ondernemingen is niet per se zaligmakend (IFRS for Small and Medium Sized Entities). Geanalyseerd dient te worden of ondernemingen en beleggers wel zitten te wachten op een ‘light versie’ van IFRS. Wellicht dat de gewenste lastenverlichting net zo goed kan worden bereikt met het anders toepassen van materialiteit door de onderneming, de externe accountant en de toezichthouder.

Er zijn gerichtere maatregelen nodig. Eumedion denkt aan het meer in evenwicht brengen van fiscale behandeling van vreemd en eigen vermogen, het kunnen nemen van grotere aandelenbelangen door pensioenfondsen en verzekeraars in individuele ondernemingen; de introductie van sectorindices voor kleinere beursondernemingen, ‘groeiemissies’ in plaats van ‘reddingsemissies’  en het begeleiden van kleinere beursgangen onderdeel maken van de nutsfunctie van banken. Maar het moet niet blijven hangen bij goede ideeën. Er is actie nodig en vooral regie. Betrokken partijen hebben al te lang naar elkaar gekeken. Anders dreigt - in de woorden van Jan Maarten Slagter - de beurs inderdaad een museum te worden van industrieel erfgoed.

Wouter Kuijpers is Legal Counsel van Eumedion

 

Het Eumedion position paper over de toekomst van de Nederlandse aandelenmarkt kan hier worden gedownload.